Nieuws


Antidepressiva - vrijdag 12 februari 2016

In de huisartsenpraktijken is het aantal patiënten met de diagnose depressie in 10 jaar tijd verdubbeld. Volgens de Stichting Farmaceutische Kengetallen stijgt het gebruik van antidepressiva al jaren met gemiddeld 3 % per jaar. De Hersenstichting schaart de depressieve stoornis onder de hersenaandoeningen. Niet onterecht. Maar voor de leek blijkt daardoor een simpele redenering voor de hand te liggen: ‘Dokter, ik heb een tekort aan een stofje in mijn hersenen. Kan ik er een pil voor krijgen?’

Deze week werd in Zembla gewaarschuwd voor de ernstige risico’s van het gebruik van anti-depressiva bij jongeren.
Antidepressiva werken niet als een voedingssupplement! In feite verstoren ze een bestaand evenwicht in de stofwisseling in de hersenen, waarna het lichaam op zoek gaat na een nieuwe balans die hopelijk stemmingsverbetering oplevert. Na het stoppen met de medicatie, moet het lichaam weer naar een nieuw evenwicht zoeken. Dit alles gaat gepaard met meer of minder ernstige bijverschijnselen.
Uit wetenschappelijke onderzoeken naar het effect van antidepressiva komt naar voren dat ze bij patiënten met een lichte tot matige depressie nauwelijks meer verbetering geven dan een placebo. Een placebo is een pil waar geen medicijn in zit - dus alleen maar een beetje zetmeel en druivensuiker -  maar wat de patiënt niet weet. Ongetwijfeld wordt hij alleen al door het krijgen van die pil een beetje gerustgesteld. Samen met een therapeut uitzoeken wat in het leven en denken van de patiënt tot de stemmingsklachten leidt, heeft meer effect en werkt ook preventief. En de rest van het herstel doet de natuur zelf, in de loop van de tijd…

Reacties:

Er zijn nog geen reacties op dit bericht geplaatst.


Reageren:


Terug naar de vorige pagina >